Categorieën
WoordHoek

Ook Capitool Rome bestormd!

Naar aanleiding van de bestorming van het Capitool in Washington op 6 januari 2021 duikt Ewoud Sanders in de geschiedenis van bestormingen en het woord bestorming.

Bestormingen zijn van alle tijden. Al in de Bijbel wordt er van alles bestormd. Niet alleen steden en belegeringswallen, maar bijvoorbeeld ook wijngaarden. Zo lees je in Jeremia 5:10: ‘Bestorm de wijnterrassen, vertrap ze, maar vernietig ze niet helemaal. Ruk de ranken af, ze behoren de Heer niet toe.’

Tot de bekendste bestormingen in de Europese geschiedenis behoort die van de Bastille in Parijs, op 14 juli 1789. Nieuws verspreidde zich toen een stuk trager, maar op 25 juli 1789 maakte de Leeuwarder Courant er melding van. ‘Des Dinsdags is een sterke parthij Volks, waaronder wel gekleede Lieden, (…) op klaare dag naar de Bastille gegaan.’ De opstandelingen stelen snaphanen (geweren) uit het nabijgelegen arsenaal en gaan de verdedigers van de Bastille te lijf. De leidinggevende van dit tot gevangenis omgebouwd fort, gouverneur genoemd, wordt opgehangen en daarna onthoofd. Zijn hoofd wordt rondgedragen op een speer, met daaronder de tekst: Traître (‘verrader’) Gouverneur de la Bastille.

Omdat deze gebeurtenis algemeen bekendstaat als de bestorming van de Bastille, verwacht je dit terug te lezen in de oudste krantenberichten, maar de Leeuwarder Courant gebruikte toen het woord aangetast (‘de Bastille is aangetast’). Bij mijn weten dateert bestorming der (of: van de) Bastille als min of meer vaste woordcombinatie van het begin van de 19e eeuw. Zo meldde een krant op 15 juli 1833: ‘Gisteren, de verjaardag van de bestorming van de Bastille in 1789, was men voor onlusten bevreesd, en had dus maatregelen van voorzorg genomen: de posten waren verdubbeld en patrouilles doorkruisten de straten. De dag is echter rustig afgeloopen, alleen heeft men eenige personen gevat, die roode mutsen droegen en het volk poogden op te ruijen.’

Af en toe lees je in oude kranten ook over bestormingen in Amerika. Onder meer van gebieden die toebehoorden aan de Indianen, zoals de native Americans toen werden genoemd. Een onverkwikkelijk incident deed zich voor in 1889. ‘Omtrent de inbezitneming van het Indianengebied Oklahoma wordt nader gemeld dat zelfs in Amerika zulk een tooneel nog nooit is aanschouwd. De bestorming spot met elke poging ter beschrijving. Het was een wild tooneel. Troepen mannen te paard renden schreeuwend en hun pistolen afvurend naar de pachthoeven, die beschikbaar waren en die dan ook denzelfden avond reeds alle bezet waren. Vele gevechten vielen daarbij voor en een menigte dieven maakten van de algemeene verwarring gebruik om hun slag te slaan.’

Toeval wil dat er in hetzelfde jaar een Capitool werd bestormd. Niet in de VS, maar in Rome. In februari 1889 kwamen daar ‘talrijke werklooze arbeiders’ bijeen. ‘Verschillende sprekers’, aldus de Haagsche Courant, ‘voerden het woord. Eerst een der afgevaardigden die naar het Kapitool was geweest en van den burgemeester de verzekering ontvangen had, dat er voor werkverschaffing zou worden gezorgd. Hij maande tot kalmte aan. Anderen spoorden aan tot bestorming van het Kapitool en het parlementsgebouw en het opwerpen van barricades. (…) De menigte gaf gehoor aan de strijdkreten, raapte knuppels en latten op van de werven en toog door de straten, de gaslantarens en ruiten vernielende.’

Er werden flinke verwoestingen aangericht. Doden vielen er niet, maar politieagenten die de menigte wilden tegenhouden, werden met stokken geslagen en gestoken met messen.


Welkom bij het INT

Bekijk de video op YouTube waarin Ewoud Sanders het INT introduceert.

En dan nu, omdat dit de eerste aflevering van WoordHoek is op de site van het Instituut voor de Nederlandse Taal (INT), een soort voetnoot. De afgelopen twintig jaar schreef ik die taalrubriek voor NRC. Het INT, een Nederlands-Vlaams instituut met vestigingen in Leiden en Antwerpen, is onder taalkundigen goed bekend, maar voor veel WoordHoek-lezers onbekend. Dat is jammer, want er is een schat aan informatie te vinden.

Bij het INT kun je onder meer het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) raadplegen. Dat is een historisch woordenboek dat de Nederlandse woordenschat beschrijft vanaf 1500 tot grofweg 1976. In gedrukte vorm is het een kolossaal werk: met 43 banden staat het bekend als het grootste woordenboek ter wereld. In digitale vorm maakt het deel uit van de online Historische Woordenboeken. Daarin kun je ook zoeken in woordenboeken voor het Oudnederlands, het Vroegmiddelnederlands, het Middelnederlands en het Fries. Alles bij elkaar is dat een zee van woorden waar je makkelijk in kunt verdrinken. Daarom is het nuttig om de woordenboeken die je niet wil raadplegen uit te vinken. Dat kan in de bovenste balk:

Het woord bestorming blijkt in het WNT te worden behandeld bij het lemma bestormen. Je komt daar terecht door op de link te klikken.

We zien hier een lemma, een woordenboekartikel, dat is geschreven in 1900 – in de zogenoemde spelling-De Vries en Te Winkel. Het WNT onderbouwt betekenissen met vindplaatsen uit de literatuur. Bij bestorming (‘aanval waarbij storm geloopen wordt’) is dat onder meer een citaat uit het Militair woordenboek van H.M.F. Landolt uit 1862: ‘Op een te voren bepaald sein begint (…) de bestorming.’

Is dit in het WNT de enige vindplaats voor dit woord? Nee, er zijn er veel meer. Daarvoor moet je terug naar het beginmenu. Ik zocht eerst via het veld ‘Modern Nederlands trefwoord’, maar je kunt ook zoeken via onder meer ‘Woord in citaat’ en ‘Woord in artikel’.

Door een sterretje achter het trefwoord te zetten vind je ook de meervoudsvorm (bestormingen) en samenstellingen met bestorming (bijvoorbeeld bestormingstuig).

Op deze manier vind je 45 relevante plaatsen in het WNT, als eerste in het lemma afloopen: ‘In een half uur was de bestorming afgeloopen.’

De redacteuren van het WNT maakten gebruik van een beperkt aantal bronnen. Inmiddels is er een kolossale hoeveelheid Nederlandse teksten digitaal doorzoekbaar: onder meer in Delpher en Google Books. In Delpher kun je momenteel maar liefst 120 miljoen pagina’s uit Nederlandse kranten, boeken en tijdschriften doorzoeken. Daarin zijn onder meer de krantenberichten te vinden waaruit ik hierboven heb geciteerd.


Ewoud Sanders is journalist en taalhistoricus. Hij schrijft elke week voor het Instituut voor de Nederlandse Taal.

Twitter: @ewoudsanders