Categorieën
Terug in de taal

wingeroen

Avondklok in de middeleeuwen.

Wie, aansluitend bij de actualiteit en bij Ewoud Sanders’ WoordHoek, in de historische woordenboeken op zoek gaat naar de avondklok van vroeger, kan een mooie woordverzameling aanleggen. Een avondklok is namelijk al vanaf de middeleeuwen heel gewoon, maar dan wel altijd en alleen in de betekenis ‘klok die ’s avonds geluid werd om het einde van de werkdag aan te duiden’. Naast het gebruikelijke Middelnederlandse woord avontclocke had je daarbij nog heel wat andere benamingen, waarvan de intrigerendste toch wel het woord wingeroen is.

Whitechapel Bell Foundry, rond 1880 [Mitchell Library, State Library of New South Wales] op Wikimedia commons

Synoniemen

Andere aanduidingen voor de avondklok, zoals nachtclocke, slaepclocke of dachterste clocke (‘de laatste klok’), spreken meestal voor zich. Iets moeilijker te doorzien is het woord drabclocke, dat vooral in gebruik lijkt te zijn geweest bij wie aan de slag was in de middeleeuwse werkplaatsen of ateliers. Dit drabclocke is samengesteld uit clocke ‘klok’ en een nu verdwenen werkwoord drabben, dat ‘(snel) gaan, (gehaast) lopen’ betekende en verwant is aan ons draven. De drabclocke gaf dus het sein aan dat de werkdag erop zat en dat de arbeiders naar huis konden. Blijkbaar zetten zij er daarbij flink de pas in.

Wingeroen

Maar nu het intrigerende wingeroen. Wingeroen duidde oorspronkelijk een avondklok aan die speciaal voor het kroegleven gold. Het is afgeleid uit de Oudfranse verbinding la cloche du vigneron, letterlijk ‘de klok van de wijnboer’ en na het luiden van deze klok dienden alle herbergen de deuren te sluiten. Al gauw verruimde de specifieke betekenis van ‘horecasluiter’ zich en werd wingeroen een van de synoniemen voor avondklok in het algemeen. Het gebruik van dit wingeroen is echter altijd wel beperkt gebleven tot Frans-Vlaanderen en het zuiden van West-Vlaanderen.

Binnenblijven!

Zoals al gezegd waren vroeger, in tegenstelling tot vandaag, avondklok en de synoniemen ervan geen aanduidingen voor het verbod om ’s avonds na een bepaald tijdstip nog de straat op te gaan. Maar toch werd er ook toen al blijkbaar van uitgegaan dat je na het luiden van de avontclocke binnenbleef. Dat zou je toch kunnen afleiden uit het feit dat ook de woorden diefclocke of boevenclocke als synoniem voor avontclocke aangetroffen worden. “Want de nacht is voor het ongedierte”, zoals een conservatieve ouder vroeger wel eens zei wanneer de zoon of dochter bij het stappen (N) / uitgaan (Vl) weer eens veel te laat thuisgekomen was.