Categorieën
Terug in de taal

vensterkauw

Vogels in de tuin zijn een genot om naar te kijken, maar een vensterkauw in de woonkamer is niet zo prettig.

Dat het op 4 oktober Werelddierendag is, weten we. In Nederland vieren we deze dag al sinds 1930, één jaar nadat een internationaal congres voor dierenverenigingen in Wenen had besloten (huis)dieren in het zonnetje te zetten. Veel minder bekend is de Internationale Dag van Dieren en Planten in het Wild: in 2013 riepen de Verenigde Naties 3 maart uit tot World Wildlife Day om in het wild levende dieren en planten te behouden en te beschermen. Is dat goed nieuws voor de vensterkauw?

Een vensterkauw. Illustratie van Lidewij de Bonth

Achter het raam

Nee, voor de vensterkauw komt deze steun te laat; hij is al eeuwen uitgestorven. In oude vogelgidsen zoek je trouwens tevergeefs naar deze kauwensoort. Voor een beschrijving van dit dier kun je beter het Woordenboek der Nederlandsche Taal raadplegen. Een vensterkauw is namelijk geen echte vogel, maar een figuurlijke aanduiding voor ‘een meisje dat steeds aan het venster zit’. Een dergelijke dochter te hebben was een weinig aanlokkelijke gedachte, zo liet Johan de Brune in zijn Bankket-werk van goede gedagten (1658) weten:

Een dochter en moet gheen venster-kauw, veel min, een deur-wachtster [portier] wezen. De beste lucht, die zy ghenieten kan, is de schaduw van haer ouders dak, en van de kercke.

Vloerduif

Nu vindt De Brune niet dat een meisje per se de hele dag binnenshuis moet doorbrengen, maar dat zij zich voortdurend blootstelt aan de begerige blikken van mannen is het andere uiterste. Een dochter behoort zich ingetogen te gedragen en vooral bijeenkomsten te mijden waar “wulpscheyd en dertelheyd” de boventoon voeren. Anders loopt zij het risico zowel haar kuisheid als haar goede naam te verliezen. Of nog erger, een vloerduif te worden.

Net als de vensterkauw is de vloerduif geen echte duivensoort, maar het woord verwijst wél naar een echte duif. Het is namelijk een tamme duif, een duif die rustig op de vloer blijft zitten en niet meteen wegvliegt. Maar tot aan het midden van de 18e eeuw was dat woord vooral in gebruik als een schertsende benaming voor een lichte vrouw of een kamerkat.

Een vreemde vogel

Overigens komen ook onze mannelijke gevederde vrienden er maar bekaaid van af in het Nederlands. Hoewel hij de laatste tijd minder vaak gespot wordt, komt de rare snoeshaan nu en dan voorbijvliegen. Tegenwoordig is dat iemand die zich vreemd gedraagt, een rare snuiter. Een heel andere betekenis had deze ‘vogel’ in de 17e en 18e eeuw. Toen was een snoeshaan iemand die opschepte over zijn grootse daden of prat ging op zijn prachtige kleding en voorkomen.

Nee, de kans dat het Instituut voor de Nederlandse Taal voor deze ‘thuisdieren’ een speciale dag zal instellen lijkt erg klein.

snoeshaan in het Woordenboek der Nederlandse Taal (WNT)
vensterkauw in het WNT
vensterkauw in Johan de Brune, Bankket-werk van goede gedagten (1658)
vloerduif in het WNT