Categorieën
Woorden weten alles

Wie vindt nog Franse dakjes?

Straks rijdt u misschien wel naar het Zuiden, de zon en de vrijheid tegemoet. Als u bij toeval in Wallonië of Frankrijk terechtkomt, moet u even rondkijken of u nog dakjes ziet.

Je zult het altijd zien: als taal het ons lastig maakt, dan geven wij die taal een draai. Neem een kleuterklas, wielertoeristenploeg of leesclub waar drie Tommen, twee Jolienen en vijf Rubens in het spel zijn. Spontaan gaat de groep daar onderscheid in aanbrengen. Grote Tom, Middelste Tom en Kleine Tom. Jolien Paardenstaart en Jolien Vlechtjes. Ruben Een, Twee, Drie, Vier en Vijf. Of gewoon met familienamen.

Foto: Frédéric BissonCC BY 2.0

En neem een zin als ‘wij wachten op nieuws over mijn zus’. Als dat wachten voorbij is, zullen we spontaan zeggen ‘wij hebben op nieuws over mijn zus gewacht’ omdat de verleden tijd ‘wij wachtten’ niet hoorbaar verschilt van de tegenwoordige tijd. Kort gezegd: zowel spreker als luisteraar heeft belang bij helderheid, en die zoeken we dus op. Alleen krantenkoppenmakers spreken graag in raadselen. ‘Verdachte bommelding bekent’ lees je dan. Dat maakt het lezen van de krant extra spannend.

Het zal wel weer zo’n ideetje van Darwin zijn: woorden die niet werken, sterven uit. Daarom creëren we niet alleen handige verschillen, we schaffen onbenutte verschillen af. De naamvallen (‘ik zie den man en de vrouw’) hebben we laten verkrotten en instorten. De koolen om te eten en de kolen om te stoken? Verledentijdsvormen als vand (van vinden) warp (van werpen) en miek (van maken)? Allemaal weggevaagd door de wind en de neerslag die onze taal hebben geteisterd in de loop der eeuwen. Wacht lang genoeg en regeltjes of uitzonderingen die alleen nog dienden om de slimme en ijverige leerlingen te onderscheiden van de dwaze en luie, verdwijnen door erosie.

Of toch niet. Straks rijdt u misschien wel naar het Zuiden, de zon en de vrijheid tegemoet. Als u bij toeval in Wallonië of Frankrijk terechtkomt, moet u even rondkijken of u nog dakjes ziet. Dertig jaar geleden hebben de Conseil supérieur de la langue française en de Académie française gestipuleerd dat de Fransen hun accent circonflexe mogen laten vallen, behalve in sommige vervoegde werkwoorden. Elders is het niet nodig om de uitspraak weer te geven, was de redenering. Die dakjes werden meestal geplaatst op de plaats waar ooit een s had gestaan, die ook al door de Fransen was ingeslikt. Nu mogen ze dus al een generatie lang flute schrijven, en dat wordt op school ook al jaren zo aangeleerd. Terwijl de flûte even geldig blijft.

Maar wij, Nederlandstaligen, weten hoe dat gaat. Spelling is emotie en sommigen zijn niet te beroerd om daarvoor naar de wapens te grijpen. Dat is begrijpelijk. De Fransman die met zweet en tranen heeft geleerd dat portefeuille zonder en porte-monnaie mét streepje moest, dat het meervoud van après-midi zonder –s was aan het eind, dat de levraut (jonge haas) anders aan z’n eind kwam dan het agneau (lam), die wil helemaal geen vereenvoudiging. Die geeft zijn dakje dus niet zomaar op.

En ja, het zal vroeg of laat gebeuren dat door de afschaffing van het dakje iemand jeûne de protestation (hongerstaking) zal proberen te vertalen als ‘protestjongere’. Dat zal het lezen van de krant die dag extra spannend maken.

Lees meer over accenttekens in de Leidraad van de Woordenlijst van de Nederlandse Taal.


Wilt u automatisch op de hoogte worden gehouden van nieuwe afleveringen van WoordHoek? Schrijf u dan in voor Taalpost, de gratis e-mailnieuwsbrief van het Genootschap Onze Taal.

Ludo Permentier is journalist en auteur. Hij was docent in het middelbaar onderwijs, werkte bij Van Dale en de Taalunie en publiceerde taalboeken. Vijftien jaar lang schreef hij de taalcolumn Woorden weten alles in De Standaard.

E-mail: ludo.permentier@telenet.be