Categorieën
Woorden weten alles

Waar is dat feestje?

Wat Ludo Permentier betreft mag het woord lockdownfeestje zo gauw mogelijk weer vergeten worden.

Natuurlijk willen we het gros van die coronawoorden zo gauw mogelijk weer vergeten. Laten we het afstandsonderwijs, de balkonzangers, het knuffelcontact, het wedergeboren warmhartigheid en desnoods ook het mondkapje/mondmasker bewaren. De rest mag weg, en dan in de eerste plaats het lockdownfeestje, wat mij betreft.

Afbeelding: Pixabay

Het woord is vooral in Vlaanderen bekend, en daar staat het wel elke dag breed in de krant. En in de politieverslagen, want het is een sport geworden: wij organiseren een zo groot en zo uitbundig mogelijk feest, en de politie rekent zo veel mogelijk van ons in. Dat kost wat geld, maar plezier is niet altijd goedkoop. In het Terkamerenbos nabij Brussel kwamen er paarden en waterkanonnen aan te pas om de feestvierders uiteen te drijven.

Maar binnenshuis zijn de mogelijke gevolgen uiteraard erger. Verjaardagspartijtjes waar de politie aan de deur staat, zijn er haast elke dag. De genodigden van een huwelijksfeest in Sint-Pieters-Leeuw probeerden zelfs in vol ornaat over de daken te vluchten toen agenten aanbelden met een huiszoekingsbevel. Voorlopig recordhouder zijn de jongeren die in het paasweekend de trein van Louvain-la-Neuve naar Brussel namen om zich onderweg eens flink te laten gaan op de meebruller ‘Waar is dat feestje?’ Carnaval op kosten van het openbaar vervoer, zeg maar. Want kosten zijn er gemaakt. Iemand riep: “We slopen die trein” en vele anderen voegden de daad bij het woord. De beelden gingen de wereld rond.

Zoiets heet dus een lockdownfeestje. FeestJE, hoewel er soms meer dan honderd vierders zijn. Dat verkleinwoord geeft een bagatelliserend geurtje aan het plan. Een feest, daar kun je al moeilijk tegen zijn, maar een feestJE? Dat is helemaal onschuldig.

Het is ook vrij onschuldig begonnen. Toen de Belgische regering in maart vorig jaar de horeca zou sluiten, zagen enkele cafébazen de kans schoon om hun kassa nog één avond vol te laten stromen. In Antwerpen kon je “om de gekte te neutraliseren” meedoen met een Corona Quarantaine Party als je jezelf 24 uur liet opsluiten in de bar, waar het personeel in medische witte pakken tussen de drankjes door met nepvaccins in de weer was. Elders werden pogingen gedaan om in de uren voor de officiële sluiting nog snel alle drank soldaat te maken. Zelfs de echtgenoot van de toenmalige voorzitster van de liberale partij organiseerde zo’n lockdown- of anticoronafeestje in zijn zaak. Sinds de lockdown van kracht is mag dat natuurlijk niet meer, en dan is de behoefte extra groot om toch een feestje te bouwen. In Nederland is daar het woord knaldrang voor bedacht. Ook eentje dat wat mij betreft afgedankt mag worden.


Wilt u automatisch op de hoogte worden gehouden van nieuwe afleveringen van WoordHoek? Schrijf u dan in voor Taalpost, de gratis e-mailnieuwsbrief van het Genootschap Onze Taal.

Ludo Permentier is journalist en auteur. Hij was docent in het middelbaar onderwijs, werkte bij Van Dale en de Taalunie en publiceerde taalboeken. Vijftien jaar lang schreef hij de taalcolumn Woorden weten alles in De Standaard.

E-mail: ludo.permentier@telenet.be