Categorieën
Woorden weten alles

Doe de vaatafwas

Ludo Permentier schrijft over ‘uitschuifladderwoorden’, vaatafwas bijvoorbeeld.

Weet u wat een uitschuifladderwoord is? Dat kan haast niet, want ik heb het zelf uitgevonden. Ik zocht een naam voor een woord dat mensen langer maken omdat ze denken dat ze er dan verder mee komen. Zo lees je dikwijls over de rookontwikkeling waarvoor een hele buurt deuren en ramen moet sluiten, terwijl ze eigenlijk alleen de rook buiten willen houden. Of aan de wetgeving die moet worden aangepast, terwijl het om de wet gaat, die herzien moet worden. Plezierig aan ‘uitschuifladderwoord’ is dat het zichzelf is, want ook schuifladderwoord schuift al uit. Het is dus ‘autologisch’, zoals de woorden vijflettergrepig en fautgespelt.

Een grappig uitschuifladderwoord is vaatafwasmachine. Dat kwam ik tegen toen ik vorige week probeerde te achterhalen waarom er een witte mist op onze borden, pannen en bestek achterbleef na het drogen (als u dat ook hebt: kijk na of het zoutbakje goed sluit). Bonafide fabrikanten gebruiken het woord niet. Het komt wel voor in de wilde natuur, voornamelijk op moerassige websites met tweedehandse spullen die allemaal ‘in uitstekende staat verkeren’. De verkopers willen met dat uitschuifladderen blijkbaar een diepe indruk van degelijkheid nalaten. Hoe meer lettergrepen, hoe langer het ding nog zal blijven draaien.

Foto door Nathan Dumlao op Unsplash

Er zitten in vaatafwasmachine twee synonieme woorden. En er is iets bijzonders mee aan de hand. Zoals het Etymologisch Woordenboek weet, betekende vaat lang geleden: wat afgewassen moet worden. Het is immers een verkorting van het meervoud vaten, dat we sinds de vroege middeleeuwen gebruiken voor allerhande keuken- en tafelgerei. Je zei dus: ‘er staat nog vaat op het aanrecht’. Later zijn we vaat gaan gebruiken voor een handeling: ‘na de vaat kun je gaan spelen’. Het omgekeerde is gebeurd met afwas. Dat was eerst een handeling: ‘na de afwas kun je gaan spelen’, en later werden er de voorwerpen mee benoemd: ‘er staat nog afwas op het aanrecht’.

Die twee synoniemen combineren, dat is een beetje gek. En toch is het woord vaatwas welbekend en veel mensen zullen zeggen dat ze nog ‘vaat moeten (af)wassen’. In Suriname is vaatafwas een courant woord, zegt Van Dale. En al staat vaatafwasmachine nog niet in het woordenboek, dat kan nog komen als mensen het bruikbaar vinden. Maar dan zou het logisch zijn ook het omgekeerde te accepteren: de afwaswasmachine. En ja hoor, in Oostende kun je op dit moment een appartement kopen met zo een ding in de keuken.

Gebruikelijke woorden genoeg, overigens: afwasautomaat, afwasmachine, vaatwasmachine, vaatwasser. Dat laatste lijkt me het eenvoudigste woord, en ik denk dat het ook het meest gebruikte is.

Maar het is dubbelzinnig, want een vaatwasser kan ook een persoon zijn die afwast. Enkele jaren geleden zag je in Vlaanderen advertenties van een keukenfabrikant die beloofde dat je gratis een vaatwasser bij de keuken kreeg. En dan stond er op de foto zo’n getatoeëerde bink met alleen een schort, die vrouwen moest doen watertanden terwijl hun man toch nog even nadacht of hij zo’n keuken wel wilde hebben.


Wilt u automatisch op de hoogte worden gehouden van nieuwe afleveringen van WoordHoek? Schrijf u dan in voor Taalpost, de gratis e-mailnieuwsbrief van het Genootschap Onze Taal.

Ludo Permentier is journalist en auteur. Hij was docent in het middelbaar onderwijs, werkte bij Van Dale en de Taalunie en publiceerde taalboeken. Vijftien jaar lang schreef hij de taalcolumn Woorden weten alles in De Standaard.

E-mail: ludo.permentier@telenet.be