Categorieën
Woorden weten alles

De bank klapt dicht

De bank van morgen is een internetadres of erger nog: een app. Ludo Permentier verdiept zich in het woord bank.

Ik lees dat een grote Nederlandse bank bezig is met ‘een landelijke reorganisatie van de kantoren’, een proces waar ook Belgische banken in excelleren. Als ze niet aan het reorganiseren zijn, dan herstructureren ze, of ze saneren of slanken af. Kortom, ze zetten het personeel op straat en de klanten voor een gesloten deur. Niet erg hoor, laat het bestuur weten, ‘uitgangspunt is dat voor alle klanten binnen twintig minuten reistijd met de auto een vestiging beschikbaar is’. Even omrekenen: met de fiets is dat twee uur heen en weer, te voet een werkdag.

Foto: loketbediende Queensland National Bank, circa 1915 – Aussie~mobs

Bon, de bank zal dus niet lang meer een huis in je eigen straat zijn; de man of vrouw achter het loket geen kennis meer die je ook tegenkomt bij de kapper of in het café. De bank van morgen is een internetadres of erger nog: een app.

Maar dat hoeven niet alleen cijfertjes te zijn. Ze zetten daar rijkelijk belichte foto’s en zelfs frisse filmpjes bij. Ook in die virtuele wereld kom je dus bankbewoners tegen. Het personeel staat er met een colgateglimlach te blinken zoals echte mensen nooit blinken. Je ziet ze met dure pennen in de hand, op het punt om een contract te ondertekenen dat de klanten de rest van hun leven gelukkig zal maken.

In de bank om de hoek kwam je weleens klanten tegen met geldzorgen. Ze begrepen niet hoe ze weer tot hun enkels in het rood waren gezakt of waarom hun kleine belegging wegsmolt terwijl toch overal gesproken werd over een heropleving van de economie. Hun zorgelijke blik als ze weer naar huis stiefelden, sprak boekdelen.

Ook in de internetbank zijn klanten te zien. Die zitten te genieten van hun jonge gezinnetje, van de sleutels van hun nieuwe huis, of van hun eeuwigdurende vakantie nu ze gepensioneerd zijn.

De website biedt je geen kopje koffie aan zoals destijds de loketbediende, maar wel cookies ‘om je surfervaring aangenamer te maken’. De klanten die in toenemende mate schijnen te vragen naar digitaal bankieren, moet het om die aangename surfervaring te doen zijn. Tenzij dat verlangen natuurlijk een excuus is geweest van de banken om met minder personeel meer winst te maken.

Hoe ver zijn we afgedwaald van de oorsprong van het bankwezen? Het is niet toevallig dat de financiële instelling de naam heeft van een meubel, zoals het Etymologisch Woordenboek ons leert. De naam bank sloeg eerst op een natuurlijke verhoging in het landschap. We herkennen dat nog in de zandbank en de mosselbank en in het Engelse woord voor ‘oever’. Wellicht betekende bank in Germaanse talen eerst ‘heuveltje’, later ‘zitplaats op een heuveltje’ en uiteindelijk ‘meubel om op te zitten of te liggen’ en ‘tafel waarop iets ligt’.

De geschiedenis van de financiële bank begint in het Midden-Oosten en Griekenland, waar priesters hun brood verdienden met geld verzamelen en weer uitlenen, wat later een apart beroep werd. Dat dit de naam bankieren kreeg, is te danken aan de Italianen die in de middeleeuwen geld wisselden en daarvoor achter een banca gingen staan. Doordat ze dat woord uit Germaanse talen hadden geleend, was het niet moeilijk om het aan die talen terug te geven met de nieuwe betekenis.

Die vulde andere betekenissen aan. Je had bijvoorbeeld de toonbank, de werkbank, de draaibank en de pijnbank. Maar algauw verdween het meubel naar de achtergrond en sprak men ook van de rechtbank en de mistbank en tegenwoordig van de bloedbank en de databank. De digitale bank zet nu zowel de meubels als de mensen op straat. Als dat maar niet uitdraait op een bankroet.


Wilt u automatisch op de hoogte worden gehouden van nieuwe afleveringen van WoordHoek? Schrijf u dan in voor Taalpost, de gratis e-mailnieuwsbrief van het Genootschap Onze Taal.

Ludo Permentier is journalist en auteur. Hij was docent in het middelbaar onderwijs, werkte bij Van Dale en de Taalunie en publiceerde taalboeken. Vijftien jaar lang schreef hij de taalcolumn Woorden weten alles in De Standaard.

E-mail: ludo.permentier@telenet.be