Categorieën
Woorden weten alles

Alle hens aan dek

“In de zorg is het alle hens aan dek”, sprak de Belgische premier Alexander De Croo. Die uitdrukking kennen we sinds het midden van de negentiende eeuw.

“We moeten vandaag, schouder aan schouder, vechten tegen het virus.” Zo reageerde de Belgische premier Alexander De Croo na een betoging tegen het virusbeleid van zijn regering. De manifestatie was uitgelopen op relletjes in de Europese wijk van Brussel. De Croo wees naar de zorg, waar het ‘alle hens aan dek’ is en zei dat we op dit moment elkaar moeten steunen in plaats van te bekampen.

Afbeelding: Wikimedia Commons – Soren Larson

Alle hens aan dek. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal schrijft allehens als één woord en noemt het ‘de gewone roep, waarmede het scheepsvolk op het dek geroepen wordt.’ Bedoeld wordt dat de gehele bemanning zich naar één verzamelpunt moet spoeden, en wel om instructies te krijgen wegens een acuut probleem. Het woordenboek kende (in 1884) ook ‘allehens opfluiten’, wat de onderofficieren deden die daarvoor constant een fluitje bij zich droegen.

Wij kennen de uitdrukking pas sinds het midden van de negentiende eeuw. Ze komt onder meer voor in een dagboek in briefvorm, geschreven door de Engelse Lord Dufferin tijdens een zeiltocht naar Spitsbergen en vertaald in 1861. Nadat de schoener lang tussen ijsschotsen heeft gevaren, komt eindelijk de open zee. De eigenaar roept naar de schipper: “Alle hens, Mr. Wyse! Wenden. Het roer wenden.” Het citaat roept beelden op van dappere IJslandvaarders die vechten tegen metershoge golven in het stormweer. “De boeg van het schip rijst in den wind, donderend slaan de zeilen, de ijsblokken loopen ratelend tegen het dek.”

Het is geen toeval dat de kreet van het Engelse all hands komt. Daar werd ook het woord hand voor een arbeider gebruikt, en dan vooral als het om een zeeman ging. Zo kon een schip vergaan ‘with all hands’ (‘met man en muis’, zeggen wij). Dit taalverschijnsel is bekend als pars pro toto. We bedoelen iets wat groter is dan het onderdeel dat we noemen. Dat doen we blijkbaar graag met lichaamsdelen. We gaan ‘koppen tellen’ en we zien ‘bekende gezichten’. We proberen ‘onze huid’ te redden en ‘een mondje meer’ te voeden.

Die werkende handen (in dit geval van zorgverleners) klinken tegenwoordig ook in de dagelijks gehoorde roep om niet alleen extra bedden te installeren in ziekenhuizen, maar ook om te voorzien in ‘meer handen aan het bed’.

Als de premier ‘alle hens aan dek’ roept,  is dat een krachtig signaal in een pakkend beeld. Het gaat met ‘alle’ om een oproep tot eensgezindheid, met ‘hens’ bedoelt hij dat er daden moeten volgen en met ‘aan dek’ wijst hij op de focus die nodig is.

Maar retoriek is niet zonder risico. Eensgezindheid, actie en focus zou je ook kunnen zien in het gedrag van de relschoppers. Ook die vochten ‘schouder aan schouder’, maar dan tegen de politie. Het doet me denken aan een andere oude scheepsterm: muiterij. Dat woord komt van het Middelnederlandse muyten, wat weer gebaseerd is op het Franse meute. Als u in uw fantasie nu een agressieve roedel blaffende honden ziet, dan zit u er niet ver naast.

Dit is de laatste Woorden weten alles van 2021. De volgende aflevering verschijnt in januari 2022.


Wilt u automatisch op de hoogte worden gehouden van nieuwe afleveringen van WoordHoek? Schrijf u dan in voor Taalpost, de gratis e-mailnieuwsbrief van het Genootschap Onze Taal.

Ludo Permentier is journalist en auteur. Hij was docent in het middelbaar onderwijs, werkte bij Van Dale en de Taalunie en publiceerde taalboeken. Vijftien jaar lang schreef hij de taalcolumn Woorden weten alles in De Standaard.

E-mail: ludo.permentier@telenet.be